Rode Bloedmijt

 

Vroeg of laat krijgen we wel eens  met vogelluis of liever gezegd de rode bloedmijt te maken. Vooral pas beginnende liefhebbers van kanaries zijn dikwijls onwetend van de aanwe­zigheid in hun hokken. Bloedmijten bezitten in hun volwassen stadium 4 paar poten en zijn grijs van kleur. Ze komen pas echt tot leven in het donker is, 's nachts dus. Overdag verbergen ze zich op plaatsen waar het donker is, onder in de nesten en in de kieren van de hokken. In die kieren zijn meestal vervel­lingsresten terug te vinden. Gebruik dus bij voorkeur kunst­stof broedkooien, deze bevatten weinig kieren.

Bloedmijten gaan dus 's nachts over de zitstokken op pad. Eenmaal een slachtoffer gevonden prikken ze de vogel en zullen wat bloed opzuigen. Deze mijten worden dan rood van kleur en kunnen zo een lange tijd zonder voedsel. Oude vogels zijn meestal in ­staat om het verlies van bloed tijdig te compenseren. Veelal brengt het echter onrust, als ze op de stok slapen of als ze op het nest zitten te broeden. Ze worden zo belaagd, dat ze het nest verlaten met als gevolg bloedarmoede en tengevolge van onregelmatig broeden embryosterfte optreed.

 

Kwalijker wordt het als er jongen van enkele dagen oud in het nest zijn. Deze jongen bezitten maar een paar druppels bloed, kunnen niet vluchten, en na een enkele dag zullen de in plaats van rood ge­kleurde bekjes snel verbleken, door een tekort aan bloed. Ze verzwakken en kunnen niet voldoende hun bekje sper­ren om gevoerd te worden. Enkele dagen later is het hele nestje ten onder. Bloedmijten kunnen zich bij een hogere con­stante tempe­ratuur explosief vermeerderen. Gelukkig zijn er meerdere bestrijdingsmiddelen voorhanden. Toch blijft het voor elke liefhebber opletten geblazen. Of men nu kromsnavels, zebravin­ken, meeuwen of kanaries kweekt, dit probleem kan in de beste families voorkomen. Voor dat men het weet zitten de vogels er helemaal onder. Hoe je er aan komt is al een even zo groot raadsel. Het kan door het verhandelen van vogels gebeuren, mijten gaan namelijk op de lucht van vogels af.  Verder kunnen we met het vervoe­ren in vuile lopers en zelfs met onze t.t. kooien deze mijten van de één naar de andere vogel overbrengen.

 

Tenslotte: de natuur kan ons ook een handje helpen, als er aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Als men voor bloedmijt een gunstig kli­maat schept, is dat geen schande. Alleen wel opletten gebla­zen. Steeds proberen  je grenzen te verleggen en met andere middelen werken.

 

Keer Terug