Polyomavirus en circovirus

 

Er is in parkieten kringen geen ziekte die zo veel besproken is. In de volksmond noemt men dit ook wel kruipers ziekte. We worden geconfronteerd met kruipers. Vogels die niet of nauwelijks kunnen vliegen. De problemen van deze vogels zijn in het verleden echter nooit als een ziekte erkend. Talloos zijn dan ook de oplossingen waarmee men van de problemen af zou kunnen komen. Niet zo verwonderlijk eigenlijk. Soms lukte het de liefhebbers aardig om met één of andere voer metho­den van deze slechte kweek resultaten af te komen.

 

Het polyomavirus, zo heet deze verwekker van  deze ziekte officieel. Dit is eigenlijk een vorm van een verkeerd manage­ment. Het is eigenlijk een typisch zwak virus wat meestal toe slaat als we met de kweek aan de 2de ronde gaan beginnen. De ouders zijn dan meestal wat zwakker en bieden minder weerstand. Prompt gaat het virus dan te werk en geeft kruipers in de nesten.

 

Dit virus kan men al constateren bij nest jongen van enkele dagen oud. Bij plotselinge sterfte van nest jongen is te zien dat ze een sterk gezwollen donkerrode buik waar zichtbaar onderhuidse bloedingen optreden, uitdrogingsverschijnselen krijgen en hoorndelen zichtbaar verschrompelen. Ze missen meestal de dons veren op hun kop, nek, borst en rug. Het percentage van sterfte kan in deze periode oplopen tot 100%. De jongen die een mildere vorm van deze ziekte hebben, kunnen overleven. Ze zullen wel een slechtere ontwikkeling van de vleugel- en staart pennen hebben. Ook kunnen ze nauwelijks vliegen en zijn gedoemd om over de vloer te kruipen. Op latere leeftijd komt hier maar nauwelijks verbetering in.

 

Onder het begrip "Franse rui" verstaat men de op latere leeftijd plotseling ontstaande rui, die gevolgd wordt door pennen die slecht ontwikkeld zijn. We hebben in alle gevallen met een ander virus circovirus of PBFD te maken die als de ouders verzwakt zijn de kop opsteekt en dan via de ontlasting, veerstof of kropvoeding gemakkelijk overdraagbaar is. Omdat deze ziekte niet elk jaar optreedt geeft het aan dat we hier ook met dragers te maken hebben. Er is dan ook maar een geneesmiddel en dat is isolatie of eliminatie van de aangetaste vogels en ontsmetting, ventilatie van de huisvesting om verspreiding van het virus tegen te gaan. En voor de slimme jongens nooit broedeieren overleggen.

 

Toch hebben wij van veel liefhebbers tal van geneesmethoden te horen gekregen. Deze vogelaars zijn van deze netelige kweek resultaten afgeholpen. Dit past volledig bij het ziektebeeld van dit zwakte virus. De ziekte slaat dan toe als de voeding wat te eenzijdig of te eenvoudig is. Vandaar dat men met het toedienen van o.a. vitaminen en aanverwante prepa­raten  goede resultaten kan boeken.

 

Bij grote parkieten komt dit virus minder voor. Als het dan voorkomt is omdat de liefhebber het niet zo nauw neemt met de voeding of dat hij inteelt toestaat. Het is oppassen bij de hand opfok van jonge papegaaien e.d. Zij missen de na­tuurlijke afweer stoffen. Het voeren van verschillende vogels met het zelfde lepeltje uit het­zelfde bakje voer maken deze categorie kwetsbaarder voor het polyomavirus of circovirus.

 

Keer Terug