Kleinere problemen
Wat de liefhebber
zelf nog controleren moet is, de snavel en de pootjes. Snavels zijn soms
misvormt en passen slecht op elkaar. Hieraan is niet veel te doen. Bij het
doorgroeien van de bovensnavel kan men deze met een scherp tangetje inkorten en
dan met een soldeerbout even dichtbranden. De dierenarts wil dit ook wel voor u
doen. Het weer doorgroeien van de snavel is hiermee wel te voorkomen.
Soms zitten er
kleine scheurtjes in de snavel of zijn er stukjes uit. Dit groeit er na verloop
van tijd wel uit. Erger is het als er bij de kromsnavels hele stukken of soms de
bovensnavel in z'n geheel is afgerukt. Zonder bijvoedering zijn deze vogels ten
dode opgeschreven.
Bij de pootjes
moeten we vooral op de lengte van de nagels letten en voorkomen dat ze niet te
lang worden. Soms zijn ze zo lang dat ze b.v. aan het gaas blijven hangen,
gevolgd door ongecontroleerde bewegingen. Bij kromsnavels met vleestenen komen
nog wel eens bevroren tenen voor en meestal amputeren de vogels zelf de bevroren
delen, hetgeen tot bloederige problemen kan leiden. Het enige wat men hier aan
kan doen is voorkomen dat de boel gaat ontsteken, door o.a. jodium te gebruiken.
Komt het meerdere malen voor bij uw vogels dan moet u de volières en de
aanwezige zitstokken drastisch aanpassen aan de vogels.
Er kunnen ook
gemakkelijk ontstekingen aan het oog ontstaan als er vele scherpe en
ruwe zitstokken gebruikt worden. Kenmerkend is bij dit verschijnsel dat het bij
één oog tegelijk optreedt. Bij ontstekingen aan beiden ogen, moeten we ons
afvragen of de vogels soms op de tocht zitten, wat meestal gecombineerd gaat
met een verkoudheid.
Erger is als we al
of niet met besmettelijke ziekten te maken hebben wat
bij de kromsnavels veelvuldig voorkomt. Er ontstaat jeuk aan het oog. Dit
word afgereageerd op de zitstokken en wordt zo gemakkelijk verspreid onder de
mede bewoners. Genezing in dit stadium is zelden meer mogelijk. Iets wat elke
liefhebber zelf kan controleren is, uitwendige goede of kwaadaardige
gezwellen. Een ingreep door de dierenarts is nu gewenst. Met een goede
behandeling kan de vogel nog jaren verder leven.
Het plukken van
veren/gedragstornis baart menig vogelliefhebber toch nog zorgen. De grote
vraag blijft altijd, waarom doen ze dit? Is er een tekort in de voeding of is
het soms verveling? Zijn parasieten of is er sprake van een shock- toestand? Of
hebben we hier soms te maken met een erfelijke belasting?
Tekorten in de
voeding zijn weg te werken of te veranderen. Verveling in een volière kan ook
een oorzaak zijn als ze alleen of met z'n tweeèn in een kooi zitten zonder
afleiding. Dat verveling met meerdere vogels in een volière voorkomt geloof ik
niet zo in. Veel meer vogels als men denkt hebben parasieten onder zich. Al dat
gekriebel op hun huid is erg irritant. Dat ze dan binnen korte tijd hun jas uit
willen doen is te begrijpen. Of is het toch een erfelijke kwestie? Soms denk ik
van wel, als het gaat over het plukken van jonge vogels die nog in het nest
liggen. Als men dan wat meer kennis van de erfelijkheidsleer bezit leest of
ziet, zou men bij het uitkiezen "selecteren" van de kweekvogels meer
rekening moeten houden met deze ongewenste eigenschap.
Als ik bij een
goed bekend staand "gerenommeerde" kanarie kweker op bezoek kom, hij
de deur voor mij opent en er een broedend popje haar nest verlaat, verdwijnt zij
daar gegarandeerd uit de kweek. Het feit blijft wel bestaan waarom licht
gekleurde kanaries altijd meer aan hun jongen plukken als donker gekleurde
vogels.
Waar we ook niet
omheen kunnen is, zijn de mutaties die we gaan kweken. Erfelijke mutaties in de
veerkleuren zijn zichtbaar. Dit kunnen we allemaal zien. Maar evenzo kunnen er
ook erfelijke veranderingen in de genen optreden die niet direct zichtbaar zijn.
Maar zich later wel kunnen openbaren in minder goede vogels.
Er zijn vogels met
lumps, een vederduster, een te intensieve bevedering of juist een veel te
lange bevedering. Ook zijn er schuwe vogels die voor het showen op de tentoonstelling
helemaal niet in aanmerking komen.
Een vogel op een stok zetten is geen kunst, maar om erfelijke ziektes en of
andere problemen te voorkomen is lezen, zoeken en weten belangrijk. Daarom is
het juist zo goed dat elke kweker die aan de weg wil timmeren, zeker wat kennis
van de erfelijkheidsleer moet bezitten om tot het opzetten van ideale
kweeklijnen te komen. Hij hoeft dan niet vast te lopen met erfelijke problemen
en of ziektes.